De unieke groepsopleiding van Pieter van Foreest

Geplaatst op: 7 Oktober 2020

Hoe zorg je voor een dusdanig leerklimaat dat studenten en artsen in opleiding met volle overtuiging en passie kiezen voor het vak van specialist ouderengeneeskunde? Die vraag staat centraal in het interview dat Actiz onlangs deed met Hester Korbee en Diny de Bresser van Pieter van Foreest.

‘Meestal begeleidt een Specialist Ouderengeneeskunde (SO) één arts in opleiding tot specialist ouderengeneeskunde. Maar bij Pieter van Foreest zijn de twee kaderopgeleide SO’s de coaches van 17 SO’s die op hun beurt weer co-opleider zijn van de artsen in opleiding (aios). Op deze wijze kunnen we veel meer aios en basisartsen begeleiden. Een ander voordeel van deze aanpak is dat je de expertise van alle collega’s inzet, waardoor je de aios een bredere en meer gevarieerde ervaring kunt aanbieden, op maat. Denk aan inzetbaarheid op de palliatieve unit of bij de jong dementerenden als daar een voorkeur ligt. Door deze groepsaanpak zijn we als organisatie heel interessant voor aios,’ aldus Hester Korbee, specialist ouderengeneeskunde en hoofdopleider bij Pieter van Foreest.

‘Nog eerder studenten interesseren doen we door een co-schap ouderengeneeskunde aan te bieden aan medisch studenten die nog geen arts zijn. Zo kunnen zij vast aan het vak snuffelen. Ook ontvangen wij eerstejaars geneeskunde studenten die tijdens hun zorgstage ook een dagdeel met onze artsen meelopen, zodat zij al bij de start van hun opleiding een beeld hebben van de ouderenzorg en het specialisme en natuurlijk van onze organisatie. Hoe eerder ze kennismaken met de ouderenzorg, hoe beter wat ons betreft’ 

Opleidingsbeleid en leerklimaat blijven ontwikkelen

Diny de Bresser, voorzitter Raad van Bestuur: ‘Pieter van Foreest heeft een lange traditie in opleiden en we herijken ons opleidingsbeleid continu, ook dit jaar weer. We vinden het belangrijk om jong talent te inspireren en te motiveren zodat ze kiezen voor de ouderenzorg. Het vakgebied wordt breder en daarmee voor jonge professionals ook interessanter. Bijvoorbeeld door de samenwerking met de SEH van ziekenhuizen bij overname van de cliënt en met de GGZ als er sprake is van gedragsproblematiek. En door het hele proces van het overnemen, begeleiden en volgen van de cliënt naar een intramurale setting of de thuissituatie.’

Hester: ‘We doen heel veel om een interessant leerklimaat te verwezenlijken. Met ingang van dit jaar hebben we een reverse-feedbackmoment geïntroduceerd. Aan het einde van hun stage geven aios feedback aan de SO’s. Daar komen interessante en nuttige zaken uit die bijdragen aan de verdere ontwikkeling van een goed leerklimaat bij Pieter van Foreest. Een van de dingen die we daardoor hebben ingevoerd is een vaardigheidslijst voor aios en basisartsen, waarop wordt aangegeven of iemand al bekwaam is of nog supervisie nodig heeft. Dat inzicht gaat twee kanten op: 1. De supervisor ziet wat de aios al zelfstandig kan en waarbij hij nog begeleid moet worden en 2. het objectiveert de bekwaamheid van de aios zelf.

Iets anders is dat artsen in opleiding en basisartsen bij ons sinds kort zelf hun “onderwijs” organiseren. Denk aan het bespreken van een ingewikkelde casus of richtlijn, hoe je iemand instuurt naar een ziekenhuis of een referaat dat gepresenteerd wordt. Alles kan besproken worden als er maar een ‘leerervaring’ aanhangt. Een SO is hierbij aanwezig om vragen te beantwoorden.

Elke dag een arts op de afdeling biedt continuïteit en dat is voor een afdeling of locatie  aantrekkelijk. Echter twee artsen, waarvan één in opleiding, samen aanwezig laten zijn vergroot het leerklimaat. De overlap van kennis en ervaring is voor aios veel interessanter en voor de SO zelf ondersteunend. Die keuze hebben we dan ook gemaakt, waarbij de SO natuurlijk wel altijd eindverantwoordelijk blijft.’

‘Een goed leerklimaat heeft senioriteit nodig voor de kwaliteit van de supervisie en begeleiding en om in alle veiligheid en breedte te kunnen leren. Jonge artsen zorgen voor nieuwe inzichten en andere energie, vult Diny aan. Digitale en technologische innovaties maken het leren interessant. Daarom experimenteren we bijvoorbeeld met Smart Glass en investeren we in toezichthoudende technieken. Dit draagt niet alleen bij aan een interessant leerklimaat, maar uiteraard ook aan kwaliteit van zorg en kwaliteit van leven voor onze cliënten. En laat dat nou net de passie zijn van professionals in de zorg: het beste willen voor je cliënt.’

Boeien, binden en shared governance

‘Wat zo boeiend aan het vak is dat een SO heel autonoom werkt. Je bent je eigen specialist, heel erg gericht op de mens en niet op zijn ‘ziekte’. Dat is wezenlijk anders dan in een ziekenhuis waar de nadruk ligt op genezen en waar je de behandeling van een andere specialist niet in twijfel trekt. Hier ligt het accent op kwaliteit van leven. Het is ook een relatief jong vak waarin je zelf nog veel kunt onderzoeken en verbeteren,’ geeft Hester aan.

Voor specialisten in opleiding die meer interesse hebben in wetenschappelijk onderzoek, biedt Pieter van Foreest ook mogelijkheden door middel van de samenwerking met het LUMC via het academisch netwerk. Onze ambitie is om zelf iemand op te leiden en zo onze positie in het academisch netwerk te vergroten.’

Diny: ‘In onze organisatie geven we invulling aan shared governance door frequent overleg tussen de inhoudelijke voortrekkers uit de vakgroep van SO’s en de Raad van Bestuur. Bij Pieter van Foreest hebben artsen en andere zorgprofessionals een belangrijke positie. We bespreken onze gezamenlijke issues en ieders verantwoordelijkheid daarin en creëren daarmee ook meer inzicht en betrokkenheid in de rol en positie van de ander. Pieter van Foreest staat voor ‘jezelf zijn, samen en boven verwachting’. Dat betekent voor ons dat iedereen zijn eigen vak, persoonlijkheid en talenten heeft en inzet en dat je samen meer bereikt. We gaan samen voor hetzelfde doel en staan open voor wat daarvoor nodig is. Een voorbeeld? Gepassioneerde professionals willen minder bedhekken, dus meer laag-laag-bedden. Dan moet je als organisatie transparant maken wat dat betekent voor je investeringsbudget, je patiëntenzorg en personele ontwikkeling. De crux is om daar dan samen uit te komen, wetend en accepterend dat niet alles kan. Recent heeft de corona-crisis nog eens benadrukt dat de ouderenzorg vele dilemma’s kent die je vanuit diverse invalshoeken moet aanvliegen: medisch, ethisch, op individueel, locatie en organisatieniveau. Daar heb je elkaar zeker nodig en dan is het fijn als die cultuur en structuur er al is.’

Hester: ‘De zorgen en verbeterpunten van onze vakgroep makkelijk op de bestuurstafel krijgen draagt zeker bij aan een goed ontwikkelklimaat. We voelen echt een gedeelde verantwoordelijkheid als het gaat om de best mogelijke zorg bieden aan onze cliënten. De arbeidsomstandigheden en werkbelasting moet in orde zijn. Samen met het bestuur hebben we gewerkt aan een professioneel statuut, waarin we hebben opgenomen hoe wij als vakgroep ons werk willen organiseren en professionaliseren. We besteden onze bereikbaarheidsdiensten nu deels uit en ervaren daardoor minder overbelasting. Als professional moet je ook iets durven vinden over je eigen positie, je omgeving, je collega’s en het management. Empowerment staat bij Pieter van Foreest op de kaart. Dat voelen we en dat zien we. En ook dat boeit én bindt ons en onze toekomstige collega’s.’

Bron: Actiz