Veranderingen in de zorg

Dit bericht maakt deel uit van 'Veranderingen in de zorg', waarin we belangrijke informatie ter naslag verzamelen en bundelen.
Bekijk hier het complete overzicht

Kabinet Rutte 3: Vertrouwen op goede zorg en steun voor hun mantelzorgers

Geplaatst op: 6 November 2017

Eind oktober werd het nieuwe kabinet Rutte 3 beëdigd. De ministers en staatssecretarissen zijn benoemd en onder het thema 'Vertrouwen in de toekomst' zijn ze aan de slag gegaan. De ouderenzorg valt onder het ministerie van VWS. Welke plannen heeft dit ministerie met de ouderen en wie zijn de bewindslieden? Hieronder een korte uitleg.

Hugo de Jonge is de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Als minister is hij o.a. verantwoordelijk voor de ouderenzorg, langdurige zorg (WLZ),  Wmo en mantelzorg, wijkverpleegkundige zorg, PGB, kwaliteitsbeleid en arbeidsmarktbeleid. Hij wordt op het ministerie bijgestaan door Bruno Bruins, minister voor medische zorg en staatssecretaris Paul Blokhuis. De ministerspost van medische zorg is nieuw. De minister gaat zich o.a. bezig houden met de Zorgverzekeringswet, Genees- en hulpmiddelen, Zorgtoeslag en pakketbeheer, Gezondheidsbescherming, Infectieziektebestrijding en Kwaliteitsbeleid. Tot slot neemt de staatssecretaris o.a. de onderwerpen GGZ, maatschappelijke opvang en beschermd wonen voor zijn rekening.  

Zorg voor ouderen

In het regeerakkoord is het volgende opgenomen over de ouderenzorg en de zorg voor mensen in de thuissituatie;

  • We worden allemaal ouder en dat doen we het liefst in onze eigen omgeving. Mensen moeten kunnen vertrouwen op goede zorg thuis en steun voor hun mantelzorgers. Het gaat op veel plaatsen goed, maar niet overal. We monitoren de uitvoering, met aandacht voor duidelijkheid over wat maatschappelijke ondersteuning inhoudt, de kwaliteit van keukentafelgesprekken, onafhankelijke cliëntenondersteuning en procedures voor klachten en bezwaren. Op basis van de evaluatie van de Wmo pakken we de knelpunten gericht aan. Verder nemen we ook het manifest 'Waardig ouder worden' ter hand. Hiervoor is deze kabinetsperiode 180 miljoen euro beschikbaar, daarna 30 miljoen euro per jaar.
  • Mantelzorgers zijn van onschatbare waarde. Voor velen wordt de druk steeds hoger. We maken afspraken met gemeenten over ondersteuning van mantelzorgers, zoals respijtzorg en dagopvang, goede communicatie over het aanbod en de gebruikelijke hulp.
  • Met een coalitie van gemeenten en maatschappelijke organisaties komen we tot een uitwisseling van effectieve lokale aanpakken van eenzaamheid.
  • Wanneer het thuis niet meer gaat, moeten ouderen kunnen rekenen op goede zorg in een verpleeghuis. Er is structureel 2,1 miljard euro beschikbaar om te voldoen aan de nieuwe normen voor goede zorg . De agenda voor de arbeidsmarkt voeren we met ambitie uit, zodat nu en in de toekomst voldoende goed opgeleide zorgprofessionals beschikbaar zijn. De inzet op kwaliteitsverbetering vraagt ook om een andere manier van werken en organiseren: kleinschalig, vraaggericht, innovatief, met minder regels en meer vertrouwen in de zorgprofessionals. Dit moet daadwerkelijk leiden tot een aantoonbare verbetering van de kwaliteit. Bestuurders worden daarop beoordeeld.
  • Om de schaarse capaciteit aan zorgpersoneel optimaal te benutten voor zorg en aandacht voor cliënten en patiënten, is het wenselijk digitaal ondersteunde zorg gericht in te zetten en de verspreiding van innovatieve werkwijzen (e-health) te bevorderen, zowel thuis als in het verpleeghuis. Deze kabinetsperiode is hiervoor 40 miljoen euro beschikbaar, daarna 5 miljoen per jaar.
  • De nog openstaande taakstelling (Wlz) ter grootte van 188 miljoen euro wordt structureel teruggedraaid.
  • We zetten in op de beweging van meer zorg van de tweede naar de eerste lijn en het voorkomen van onnodige zorg. Dit leidt tot een afname van het beroep op de tweedelijnszorg.
  • Het belang van zorgprofessionals moet gericht zijn op de uitkomst van de zorg in plaats van omzet. Dit vraagt om een stevige inzet op het ontwikkelen van uitkomstindicatoren, bij voorkeur aansluitend bij internationale initiatieven. Het vraagt ook om een bredere benadering door professionals en het organiseren van zorg in netwerken. Voor meer gelijkgerichtheid in het ziekenhuis stimuleren we dat medisch specialisten de stap maken naar het participatiemodel of loondienst.
  • Er worden opnieuw hoofdlijnenakkoorden (2019-2022) gesloten over medisch-specialistische zorg, geestelijke gezondheidszorg, huisartsen- en multidisciplinaire zorg en wijkverpleging met een totale opbrengst van 1,9 miljard euro per jaar. Als de uitgaven onverwacht hoger uitvallen, dan wordt het macrobeheersingsinstrument ingezet.
  • We stellen extra middelen beschikbaar voor (een betere organisatie van) palliatieve zorg.

Bron: Rijksoverheid