“Het is heerlijk om zo met de mensen bezig te zijn!”

Bob Mastenbroek, vrijwilliger Delfshove en De Bieslandhof

Met zijn autoraam open en al meezingend met Benny Neyman komt Bob Mastenbroek (66) het parkeerterrein oprijden. ‘Goedemorgen, volgens mij hebben wij een afspraak’ roept hij vrolijk. Dit belooft een leuk interview te worden.

Spontaan ontstaan
Zo spontaan als deze ontmoeting ging zo spontaan ontstond ook het vrijwilligerswerk wat Bob in Delfshove en De Bieslandhof verricht. ‘Het begon eigenlijk met een verrassing voor mijn vrouw Ingrid die werkt in Abtswoude. Ik was een paar dagen naar vrienden geweest en had gezegd dat ik die avond thuis zou komen. Ik vond het wel leuk om haar te verrassen en dus stond ik om 10 uur in de ochtend op de stoep.’  Zijn vrouw was blij verrast en Bob kon gelijk een handje helpen. Of hij hen eventjes wilde helpen met het vuil ophalen. 'Natuurlijk!' had Bob gezegd en zo begon zijn ‘vrijwilligerscarrière’. ‘Er zijn altijd wel klusjes die ik kan doen, activiteiten waar ik bij help, soep of koffie uitdelen, uitstapjes of ziekenhuisbezoekjes die ik begeleid. Ik startte in Abtswoude en nu in Delfshove en De Bieslandhof.'

Vriendschap
En zo ontmoeten we ook mevrouw Makkus-van der Lingen. Na een vervelende bacterie waarbij mevrouw weken in quarantaine moest blijven is ze uiteindelijk in Abtswoude komen wonen. Een nare bijkomstigheid van die bacterie was een infectie in haar been die voor blaren zorgde. Deze moesten elke week verzorgd worden in het ziekenhuis. En alsof dit niet al genoeg was kreeg ze ook nog een decubitushiel. Elf maanden lang, is Bob met mevrouw Makkus meegereden naar het ziekenhuis. ’Bob is een lieverd’ zegt mevrouw Makkus. ‘Hij heeft mij erg goed begeleid tijdens deze bezoekjes, het maken van een patiëntenpas bijvoorbeeld, dat heb ik aan hem overgelaten hoor. En wat ik ook altijd zo fijn vond is dat Bob precies wist wat hij moest doen. Ik hoefde Bob nooit te vragen of hij mij wat privacy wilde geven tijdens een onderzoek. Dat begreep hij altijd meteen. Ik kan wel zeggen dat we zo onderhand een hechte vriendschap op hebben gebouwd.’ Daar is Bob het mee eens: ‘Mevrouw Makkus doet mij zelfs een beetje aan mijn moeder denken.’

De bezoekjes verliepen niet altijd zo soepel. Bob: ‘Op een dag stapte we de rolstoelbus in en had ik het idee dat de rolstoel van mevrouw Makkus niet goed was vastgezet. De chauffeur zei van wel, en zelfs na nogmaals aandringen was hij ervan overtuigd dat hij goed vast zat. Het voelde toch niet goed. Daarom hield ik de rolstoel al extra vast. En ja hoor: Tijdens een scherpe bocht voelde ik de rolstoel kantelen. Uit alle macht heb ik nog geprobeerd om hem tegen te houden maar uiteindelijk klapte die om en lag mevrouw Makkus met haar gezicht op de grond. Ik heb de chauffeur toen wel even goed duidelijk gemaakt dat je zo niet met mensen omgaat en dat we hem niet meer terug hoefde te zien.’ Mevrouw Makkus was ontzettend geschrokken en heeft toen veel aan de geruststellende houding van Bob gehad. Zo zijn er talloze verhalen te vertellen over hun ervaringen. ‘We kunnen er wel een boek over schrijven hé Bob?’ zegt mevrouw Makkus terwijl ze lachend naar hem kijkt. ‘Ja moeders, dat kunnen we zeker!'

Ik doe het voor de mensen
Dat Bob een sprankelende persoonlijkheid heeft was op de parkeerplaats al duidelijk. Maar terwijl we ons een weg door de grote zaal banen zetten we geen stap of hij zwaait en zegt mensen gedag. ‘Het is heerlijk om zo met de mensen bezig te zijn. Ik doe het voor hen, zij genieten ervan. En laten we niet vergeten dat ik alleen maar een bijdrage doe aan het hele proces. Alle lof voor de zorg! Het is ook gewoon leuk om hier te zijn, regelmatig maak ik een praatje met de dames van de receptie en conversatiezaal.’

Dat Bob veel aan zijn medemens denkt uit zich niet alleen in zijn vrijwilligerswerk. Hij helpt regelmatig zijn zwagers met hun bedrijven door ‘ritjes te doen’. Dat heeft hij namelijk 40 jaar gedaan bij een betonbedrijf. Toen daar een grote ontslagronde aankwam kon hij het maar moeilijk verkroppen dat hij mocht blijven en jonge collega’s met een gezin op straat kwamen te staan. ‘Zij hebben het harder nodig dan ik! Daarom heb ik gevraagd of ik niet eerder kon stoppen.’ En dat kon. Nu geniet hij van zijn vrije tijd maar zit hij dus nog lang niet stil!

Naast het vrijwilligerswerk en de ritjes bij zijn zwagers zingt Bob ook in een Shantykoor. Niet voor niets dus dat die volumeknop in de auto wat hoger stond. Ook in Delfshove en De Bieslandhof genieten de bewoners wel eens van het zeeliedenkoor, en is het niet het hele koor dan zingt Bob af en toe een klein stukje. ‘Het is toch heerlijk om gezelligheid om je heen te hebben? Ik maak met iedereen een praatje, zo kom je tot de leukste gesprekken.’ Ondertussen vult mevrouw Makkus Bob aan door te vertellen dat hij ook zo’n lieve vrouw heeft. Bob: ‘Dat is zeker waar. Ik heb een heel goed thuisfront. Soms valt een ritje of ziekenhuisbezoek later uit dan gedacht. Mijn vrouw is dat wel gewend van toen ik nog werkte. Ze zegt altijd: ik weet hoe laat je weg gaat maar niet hoe laat je thuiskomt.' En zo belanden we in een geanimeerd gesprek over hoe hij zijn vrouw heeft leren kennen. Kortom genoeg te kletsen met Bob. Niet voor niets is hij een graag geziene vrijwilliger in Delfshove en De Bieslandhof.


Mevrouw Makkus is inmiddels overleden.

Pas jij bij Pieter van Foreest?

Vind je vacature

Samen, jezelf zijn, boven verwachting

Wij vinden dat iedereen zichzelf moet kunnen zijn. Het leven leiden dat je zelf wilt. Gelukkig zijn zoals je daar zelf of samen naar streeft. Dat is de grootste rijkdom voor mensen. Oók als je hulp en ondersteuning nodig hebt.

Daarvoor werken we samen. Want alleen samen met de cliënt, familie, mantelzorgers, collega’s, vrijwilligers, buurtgenoten en samenwerkingspartners kunnen we hét verschil maken en de gewone dingen boven verwachting goed doen.