Vonneke van Dun

“We doen dit met zijn allen, samen leveren we zorg op maat en daarin gaan wij ver”

Vonneke van Dun, wijkverpleegkundige

Vonneke van Dun (53) werkt haar hele werkzame leven al in ‘de wijk’. Als HBO-verpleegkundige vervult ze sinds een jaar de ‘nieuwe’ rol van wijkverpleegkundige. Een verantwoordelijke en dynamische functie, maar bovenal ‘de leukste baan die bestaat’. In haar huidige baan vallen Vonneke’s idealen en heldere visie op de zorg naadloos samen.

De wijkverpleegkundige heeft de toekomst

Ze straalt als ze vertelt over haar dagelijkse, veel omvattende takenpakket. Hoe ze als wijkverpleegkundige aanspreekpunt is voor de thuiszorg in de regio’s Maassluis, Schipluiden en Maasland. Als ze vertelt over het ‘fantastische’ zorgteam en de eerste ontmoetingen met cliënten. Vonneke: “Sinds 2015 indiceer ik als wijkverpleegkundige de zorg voor onze cliënten, en niet langer het indicatiebureau, die het voorheen deden. Het is een echte vooruitgang dat het indiceren bij de zorgprofessional zelf ligt. Wij komen bij mensen over de vloer en kunnen een goede inschatting maken hoeveel zorg en tijd er nodig is. Dat is voor een ieder anders. De ene douchebeurt is immers de andere niet.”

Als gevraagd wordt wat het leukste aspect is in haar werk, is het antwoord simpel: “In de kern ben en blijf ik zorgverlener. Ik ben een mensen-mens en wil per se het contact houden met cliënten. Met mijn voeten in de klei blijven staan, zo gezegd. Dat vind ik belangrijk, helemaal nu ik zelf de zorg indiceer. Langskomen voor een kop koffie is toch anders dan iemand helpen bij bijvoorbeeld het douchen of bij de medicijnen.

Pips op de bank

Als wijkverpleegkundige is Vonneke de spin in het web van alle betrokken organisaties rond de thuiswonende cliënt. In het kennismakingsgesprek inventariseert ze de wensen en knelpunten waar iemand in huis tegenaan loopt. Soms liggen die buiten het bereik van de zorg. “Bijvoorbeeld op het gebied van de WMO (Wet Maatschappelijke Ondersteuning, red.). Dan regel ik met de gemeente dat er iemand één keer in de week komt ondersteunen in het huishouden. Maar ik werk ook veel samen met spelers in het sociale domein, zoals vrijwilligerscoördinatoren en de stichting Welzijn Ouderen Midden Delfland. Het verstevigen van het netwerk van de cliënt is een groot speerpunt in de Thuiszorg. We willen de teneur veranderen van ‘hoe ziek bent u?’ naar ‘wat kunt u nog wél, ondanks het ziek zijn?’.”

Mede daarom staat ook de zelfredzaamheid hoog in het vaandel, legt Vonneke uit. Samen met de cliënt en de mantelzorger bespreekt ze welke knelpunten zelf opgelost kunnen worden en welke de zorgverlener uit handen neemt. Ze glimlacht. “Daar hebben mensen vaak verkeerde ideeën over. Ik zie kinderen pips naast hun vader of moeder op de bank zitten, bang dat ze van mij te horen krijgen dat ze hun ouders moeten gaan wassen. Dat is zeker niet het geval, bovendien doen mantelzorgers vaak al genoeg. Ze gaan al mee naar afspraken in het ziekenhuis of doen de wekelijkse boodschappen. Ik kijk wél hoe wij het beste de zorg kunnen organiseren. Heeft iemand er bijvoorbeeld baat bij als er een verzorgende tweemaal daags de steunkousen komt aan- en uittrekken, of past een les van een ergotherapeut en een praktisch hulpmiddel beter bij de cliënt.

Voor de leeuwen

Nu mensen langer thuis wonen, merkt Vonneke dat de zorg steeds complexer wordt. Ze staat daarom in direct contact met andere ‘professionals’ binnen en buiten Pieter van Foreest, zoals fysiotherapeuten, de casemanagers Dementie en huisartsen. “Binnen Pieter van Foreest hebben we alle soorten expertise in huis en zijn de lijnen kort. Dat werkt heel prettig. Toch willen we vanwege die complexiteit ook meer HBO-verpleegkundigen in de zorg.”

De wijkverpleegkundige moet, net als vroeger, weer een bekend en vertrouwd gezicht worden in de wijk. Een bezorgde huismeester of buurvrouw moet bij haar laagdrempelig aan de bel kunnen trekken om hun zorgen te uiten over een tobbende buurtgenoot. Omdat de wijkverpleegkundige ook een belangrijke rol vervult in de plannen van de overheid, werkt Pieter van Foreest nauw samen met de Haagse Hogeschool en collega-zorgverleners op de thuiszorgmarkt. Vonneke: “Met elkaar spreken we over ons beroep en delen we onze ideeën. Samen met de Hogeschool streven we ook een goede aansluiting tussen school en praktijk na. Pas afgestudeerde HBO-verpleegkundigen hebben in de praktijk vaak nog weinig meters gemaakt. Daarom worden jonge collega’s begeleid door ‘seniors’ zoals ik, om ze niet het gevoel te geven dat ze voor de leeuwen worden geworpen. Bovendien komen eens in de vier weken alle wijkverpleegkundigen van Pieter van Foreest bij elkaar,. Dan praten we over de praktijk en proberen met elkaar om onze nieuwe functie goed neer te zetten.”

De wijkverpleegkundige heeft de toekomst, zo veel is duidelijk. Samen met een Thuiszorgteam van helpenden, verzorgenden en verpleegkundigen staat de zorg in haar drie dorpskernen als een huis. Vonneke: “Het team kan ten alle tijden een beroep op mij doen en ik kan andersom niet zonder hen. We doen dit met zijn allen, samen leveren we zorg op maat en daarin gaan wij ver. Zo werd laatst duidelijk dat een cliënt van ons spoedig zou overlijden. De cliënt gaf aan graag thuis wilde blijven i.p.v. naar een hospice gaan. Samen met het thuiszorgteam hebben wij gekeken wie ’s nachts kon waken aan haar bed. Dat kregen we snel rond en zo hebben we haar tot het laatst toe kunnen verzorgen. Op haar begrafenis zaten we met een hele rij ‘Pieter-personeel’ naast elkaar. Ja, ik ben echt gezegend met een fantastisch team.”

Pas jij bij Pieter van Foreest?

Vind je vacature

Samen, jezelf zijn, boven verwachting

Wij vinden dat iedereen zichzelf moet kunnen zijn. Het leven leiden dat je zelf wilt. Gelukkig zijn zoals je daar zelf of samen naar streeft. Dat is de grootste rijkdom voor mensen. Oók als je hulp en ondersteuning nodig hebt.

Daarvoor werken we samen. Want alleen samen met de cliënt, familie, mantelzorgers, collega’s, vrijwilligers, buurtgenoten en samenwerkingspartners kunnen we hét verschil maken en de gewone dingen boven verwachting goed doen.